Stamopbouw, medisch, kweek, methode...

Systeem

Opbouw

In 2013 heb ik mijn marathonduiven verkocht en midfond- en dagfondduiven aangeschaft bij Hans Dekkers, Arie Dijkstra en W. en F. Ebben, Comb. De Wit en Koop Kiekebelt. Inmiddels zijn deze aangevuld met duiven van Comb. Mantel, Henk Marsman en Wilma en Henri van der Linde. In principe worden er vrijwel alleen duiven aangeschaft uit Asduiven, Olympiade duiven of NPO winnaars.  Er wordt alleen geinvesteerd in topmateriaal omdat ik van mening ben dat het goed presteren begint met goede duiven.

Al snel kwamen de successen. In 2016 en 2018 was ik 2e dagfondhok van de afdeling. Dit met relatief weinig duiven en een jonge ploeg. Ook op Nationaal niveau waren er prima prestaties waaronder een 2e Vitesse Hok aangewezen (2017) en een 4e Midfond Hok onaangewezen (2016).

De kweek

Ik kweek uit mijn kweekduiven (14 koppels) en beste (oude) vliegduiven. De eerste ronde van de kwekers leg ik over zodat ik in en vrij korte periode zo'n 60 jongen kan kweken.

Methode

Jonge duiven: Jaarlijks worden ongeveer zestig jonge duiven gekweekt. Gespeend maart en april. Deze zitten allemaal bij elkaar in een hok met daarbij een grote ren. Deze jongen hebben de hele dag open hok.  Vroeg in de ochtend gaat de klep van de ren open en om een uur of vijf in de middag roep ik ze weer binnen. Ze krijgen dan voer zoveel ze lusten. Vlak voor dat het donker wordt haal ik het restant uit de voerbak en vul de voerbakken met ongeveer 10 gram per duif aan vers voer. Hier kunnen ze dan de volgende morgen lekker van genieten. Er wordt niet verduisterd of bijgelicht. De jongen worden pas op de navluchten en op de taartvluchten gespeeld nadat ze een vijftal keren zijn opgeleerd. Hierdoor gaan ze ongeveer negen keer in de mand in hun geboortejaar. Hierdoor krijgen ze in hun geboortejaar niet genoeg ervaring (bv twee nachten mand), maar dit past goed bij mijn prive omstandigheden. De ervaring die ze missen, mogen ze opdoen als jaarling.

Wat bijna niemand wil geloven is dat ik op deze wijze (open hok) vrijwel geen jongen verspeel aan de roofvogel. Alleen in de eerste drie weken dat ze de buurt verkennen sneuvelt er wel eens een duif, maar na de derde week niets. Ze leren omgaan met de natuur lijkt het wel. Bij enige onraad gaan ze naar binnen of op de vleugels. Wat ook opvalt is dat de duiven alleen vroeg in de ochtend buiten zijn en aan het eind van de middag. Overdag zitten ze liever binnen.

Oude duiven: Hier speel ik de duiven op weduwschap. De partners blijven thuis om er voor te zorgen dat de vliegduiven hun motivatie behouden. In de winter verblijven  ongeveer 16 doffers en 24 duivinnen in het vlieghok. Meer moeten er eigenlijk niet zijn. De hokken zijn niet geschikt voor meer duiven en ook is bij mij dan het overzicht weg. De duiven trainen een maal per dag en krijgen tweemaal per dag te eten.

Omdat de focus ligt op de vluchten van rond de 400 kilometer en meer worden de duiven ruim gevoerd met voornamelijk de Koopman mengeling van Beyers. Op het moment van inkorven liggen de voerbakken nog vol voer. Ze moeten genoeg energie hebben om thuis te komen en tijdens de korte invlieg vluchten en vooral geen aanspraak doen op de reserves Die moeten ze behouden voor het langere werk.

De jaarlingen gaan, omdat ze in hun geboortejaar niet genoeg ervaring hebben opgedaan, mee op de vitesse en midfond vluchten. De oudere duiven moeten in principe allemaal mee op de dagfond vluchten. De dames kunnen met gemak elke week mee. Voor de heren ligt dit anders. Deze laat ik tussen de dagfond vluchten regelmatig thuis. Deze blijken toch wat minder snel te herstellen.

Waar ik naar toe wil is een duurzame inzet van de duif. Klinkt modern, maar is in de duivensport iets wat niet veel voorkomt. Mijn ogen zijn geopend door een rapportage in 'Het Spoor' waarbij Marco Kerhof uit Emmerich liet zien dat duiven van vier, vijf of zes jaar oud nog super kunnen presteren op de dagfond vluchten. Zijn zesjarige die in 2019 de beste Nationale Dagfond werd is hier een mooi voorbeeld van. Dit spreekt mij zeer aan. Bij 99% van de liefhebbers zie je alleen maar jaarlingen of tweejarige duiven. Dit houdt in dat ik de komende jaren minder jongen hoef te kweken en meer oude duiven aanhoud. Bij mij worden de duiven in principe elk jaar beter en zijn ze pas in hun derde of vierde jaar op hun best.

Wekelijks krijgen de duiven mineralen van Marien, lecithine olie en Herstelpower van Beute over het voer. Tevens krijgen de duiven de kruiden elixer van Jan Smit door het water m.u.v. de oude vliegduiven tijdens het vliegseizoen.

Na het vliegseizoen gaan alle tussendeuren van het hok open. De duiven zitten vanaf dat moment door elkaar heen. Elke dag kunnen de duiven de gehele dag naar buiten en naar binnen. Waar ze maar zin in hebben.

Medisch

In het vliegseizoen bezoek ik eens per drie weken een duiven deskundige. De heer Marien heeft mijn grote voorkeur. Een no nonsense man die vreselijk veel kennis van zaken heeft en problemen altijd weet de relativeren. Ook ga ik graag naar de heer Hiemstra uit Zwaagwesteinde en Bert Brink. De heer Hiemstra is zeer deskundig als het gaat om bv de spijsvertering en kan ontzettend goed met de microscoop overweg. Hij ziet dingen die vele dierenartsen over het hoofd zien. Bert Brink houdt maandelijks spreekuur te Beilen. Iets waar ik altijd gebruik van maak. Buiten het vliegseizoen laat ik eens in de acht/negen weken de duiven onderzoeken.  In januari/februari liet ik de oude vliegduiven en de kweekduiven altijd enten tegen paratyfus, maar daar zie ik nu van af. Ik vind dat de ent reactie namelijk veel te heftig is voor de duiven. Nu verstrek ik een paratyfus kuur over het voer gedurende 14 dagen direct na de laatste (taart)vlucht.

De jonge duiven vaccineer ik tegen de pokken. Daarna nooit meer. 

In het seizoen verstrek ik twee tot drie maal een geelpil aan de duiven en kuur op dat moment de duiven ook twee/drie dagen door het water.